Mijn visie op digitale geletterdheid

De digitale wereld biedt oneindig veel mogelijkheden, ook voor het basisonderwijs. Kinderen groeien op tussen schermen, apps en slimme apparaten en hebben de technische knopjes vaak sneller onder de knie dan wijzelf. Maar digitale geletterdheid is zoveel meer dan kunnen swipen en klikken. Het gaat om kritisch denken, veilig omgaan met informatie en begrijpen wat technologie met je doet. Niet ieder kind krijgt dat van huis uit mee, en juist daarom ligt hier een belangrijke taak voor het onderwijs (SLO, 2025). Dat is ook precies waar de nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid op inzetten: naast praktische vaardigheden gaat het om veilig omgaan met systemen, data en de privacy van jezelf en anderen.

Voor mij begint digitale geletterdheid daarom niet bij een apparaat, maar bij een gesprek. Kinderen hebben begeleiding nodig om bewust te leren kiezen: wanneer helpt een scherm je en wanneer zit het je in de weg? Ik wil kinderen leren nadenken over wat ze zien, delen en geloven. Kennisnet (2026) noemt dat een pedagogische benadering van digitale geletterdheid, waarbij de school keuzes maakt die passen bij de ontwikkeling van kinderen en de eigen visie, in plaats van technologie in te zetten omdat het nu eenmaal kan.

Voor kleuters betekent dat bij mij een digitaalluwe aanpak, in mijn klas werken we bewust zonder digibord. Niet omdat technologie slecht is, maar omdat jonge kinderen het meeste leren van tastbare ervaringen: bewegen, spelen, voelen en ontdekken met echte materialen. Onderzoek naar schermgebruik bij jonge kinderen laat zien dat veel schermtijd ten koste kan gaan van juist die zintuiglijke ervaringen, en het advies is dan ook om schermgebruik bij jonge kinderen zoveel mogelijk te beperken (Nederlands Jeugdinstituut, z.d.). Ik zie het in de praktijk terug: kinderen spelen dieper, concentreren zich langer en komen met verrassend creatieve ideeën als je die digitale ruimte juist niet inneemt. Die rust gun ik hen.

Digitale geletterdheid is dus niet hetzelfde als digitale middelen gebruiken. Een school werkt niet aan digitale geletterdheid omdat er een digibord hangt (SLO, 2025). Het zit in de houding die je kinderen meegeeft: nieuwsgierig, kritisch en bewust. Zo groeien ze op tot kinderen die de digitale wereld straks niet alleen kunnen bedienen, maar er ook stevig in staan.

Bronnen
Kennisnet. (2026). Digitale geletterdheid, een pedagogische benadering. Geraadpleegd op 18 juni 2026 van https://www.kennisnet.nl/digitale-geletterdheid/nieuwe-kerndoelen-digitale-geletterdheid/
Nederlands Jeugdinstituut. (z.d.). Mediagebruik van kleuters. Geraadpleegd op 18 juni 2026 van  https://www.nji.nl/kennis/mediaopvoeding/mediagebruik-van-kleuters
SLO. (2025). Definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid inclusief toelichtingsdocument. Geraadpleegd op 18 juni 2026 van  https://www.slo.nl/thema/meer/actualisatie-kerndoelen-examenprogramma/actualisatie-kerndoelen/definitieve-conceptkerndoelen-digitale/ 

 

 

 

 

 

 

Innovatieve ontwikkelingen

Nieuwe digitale toepassingen die ik tijdens mijn studie heb ontdekt en ontwikkeld.

 

1. Website maken en gebruiken
Voor mijn afstudeeronderzoek naar nieuwkomerskleuters heb ik een eigen website gebouwd: www.nieuwkomerskleuters.nl. Aan de hand van deze website heb ik mijn onderzoek gepresenteerd aan mijn medestudenten.

Het bouwen van deze website heeft me geleerd dat ICT niet alleen een middel is voor mijn leerlingen, maar ook voor mij als student en leerkracht. Het is een mooie manier om kennis te delen. Het dwong me om kritisch na te denken over mijn doelgroep: wat heeft een leerkracht aan mijn onderzoek, en hoe presenteer ik data zo dat de boodschap overkomt? Ook heb ik nagedacht over privacy: de school en respondenten zijn op de site niet herleidbaar.

Voor het presenteren zocht ik naar een manier om mijn onderzoeksverslag  zo vorm te geven dat het prettig leest voor studenten/ leerkrachten. Ik heb daarom bewust gekozen voor herkenbare, praktijkgerichte taal. De site opent bijvoorbeeld met de situatie waar het allemaal om draait: een kind dat geen woord Nederlands spreekt en op een willekeurige schooldag voor de deur staat. Zo maak ik onderzoek toegankelijk in plaats van iets dat in een la verdwijnt.

 

 

 

 

 

 

2. Gynzy 
Ik heb verkend wat het platform allemaal kan, van complete lessen tot tools en spellen. In de toekomst komt deze kennis ongetwijfeld nog van pas. Echter werk ik nu voornamelijk met kleuters waarbij ik geen Gynzy inzet. Ik gebruik Gynzy  wel op woensdag, dan sta ik voor groep 5. Ik gebruik het voor drie vaste doelen. Het welkomstscherm geeft rust en duidelijkheid bij de start van de dag, dit vinden de kinderen fijn werken. Ik start de dag ook altijd met een raadseltje, zo zetten we ons brein meteen aan als we de klas in komen. De notitiefunctie gebruik ik als werkgeheugen van de klas, bijvoorbeeld voor een woordweb in de kring. Spelletjes zet ik als energizer in maar ook bijvoorbeeld bij het automatiseren van rekenvaardigheden.

3.  Beebot
In mijn kleutergroep werk ik met de Bee-Bot, een programmeerbare robot. Kleuters bedenken een route, vertalen die naar stappen en programmeren de robot met de knoppen op zijn rug. Gaat het mis, dan zoeken ze uit waar het fout ging en proberen ze het opnieuw. Spelenderwijs oefenen ze zo met vooruitdenken, ruimtelijke oriëntatie en problemen oplossen.

De Bee-Bot laat mooi zien dat mijn digitaalluwe aanpak en digitale geletterdheid prima samengaan: dit is technologie zonder scherm. Kinderen zitten er samen omheen op de grond, overleggen en werken met iets tastbaars. Zo ervaren ze dat programmeren niet iets abstracts achter een scherm is, maar iets wat je met je handen en samen doet.

4. Socials Schools

Sinds dit schooljaar gebruiken we de app Social Schools op mijn werk om gemakkelijk te communiceren met ouders en collega’s. Via deze app kan ik snel berichten delen, foto’s plaatsen en belangrijke informatie doorgeven over de klas. Het is een handige manier om ouders betrokken te houden bij wat er op school gebeurt. Daarnaast zorgt het ervoor dat communicatie overzichtelijk op één plek staat, wat voor zowel mij als de ouders prettig werkt.

5. Digikeuzebord

De afgelopen jaren heb ik veelal voor de kleuters gestaan en werk ik veel met Digikeuzebord. Digikeuzebord is een leerlingvolgsysteem maar ook een middel om mee te plannen. Elke dag staat het Digikeuzebord aan voor de speelwerkmomenten. De leraar kan activiteiten aanbieden via het planbord, deze activiteiten kunnen worden gekoppeld aan een leerlijn. Leerlingen kunnen vervolgens zelf tijdens de speelwerkmomenten zichzelf ergens inplannen. Dit kan zijn een rekenspel, de huishoek of een gericht werkje. In dit systeem kan je vervolgens noteren wat je observeert bij de leerlingen en bouw je stelselmatig aan de rapporten. 

 

6. 123Zing

123Zing is een methode die via het digibord wordt gebruikt. Het biedt filmpjes met muziek-, dans- en dramalessen. De lessen zijn duidelijk opgebouwd en makkelijk te volgen voor de leerkracht. Zelf doe ik vaak actief mee met de kinderen, omdat ik merk dat zij daardoor nog enthousiaster worden.

7. Parnassys

Ik gebruik Parnassys om de resultaten en ontwikkeling van mijn leerlingen bij te houden.  Ik bekijk waar leerlingen extra ondersteuning of uitdaging bij nodig hebben. Ik hou ook de absenties en het contact met ouders of derden bij in dit systeem. Daarnaast gebruik ik het om overzicht te houden en mijn onderwijs beter af te stemmen op de klas.

 

 

8. Methodesoftware

Ik heb veel ervaring mogen opdoen met digibord software voor verschillende methodes, zoals STAAL, Take it easy, Stepping Stones en Wereld in getallen. Daarnaast heb ik tijdens mijn studie veel educatieve websites zoals spellingoefenen.nl en rekenzee.nl ontdekt om lessen interactiever en aantrekkelijker te maken voor de kinderen.

Samenwerking collega's (en ouders)

Recent kregen wij als team een voorlichting van mediapedagoog Marije Lagendijk over mediaopvoeding en de invloed van schermen op de ontwikkeling van kinderen. Haar verhaal zette ons als leerkrachten aan het denken en leidde tot een concrete stap: samen met de MR hebben we een gezamenlijk uitgangspunt geschreven waarin we adviseren om kinderen tot en met 12 jaar geen eigen telefoon te geven. Zo maken we als school niet alleen bewuste keuzes in de klas, maar trekken we ook samen met ouders één lijn. Om dit te starten begonnen we bij groep 5, we zagen dat veel kinderen in groep 6 een telefoon kregen. Door de stap in groep 5 te maken, hopen we in de toekomst dat onze leerlingen geen telefoon meer krijgen. Ik mocht hier mijn bijdrage inleveren omdat ik woensdag voor groep 5 sta.

'Samen offline' is het document waarin we ons gezamenlijk uitgangspunt in samenvatten. 

 

 

'Je gooit je kind niet in het diepe zonder zwemdiploma. Gek genoeg gooien we ze vaak wel in het diepe als we ze een telefoon of tablet in de handen geven. Kinderen kunnen niet zonder digitale zwemles.'
- Marije Lagendijk

Om dit tot stand te laten komen, hebben we ook groep 5 persoonlijk betrokken bij dit thema. Er zijn veel gesprekken gevoerd over verschillende punten:
- Hoe gaan jullie thuis om met telefoons/ tablets?
- Online gedrag
- Wat is nep en wat is echt?
- Is er balans?
- Waarom is stoppen zo moeilijk?
- Online pesten
- Voor en nadelen aan social media.
- Wat is jouw mening?

Samenwerken: Digiwijs

Elke vrijdagmiddag is het bij ons op school tijd voor de talentenmiddag. Een middag waarop kinderen even loskomen van taal en rekenen en ontdekken waar ze goed in zijn en blij van worden. Denk aan koken, techniek, drama, sport, muziek of knutselen. Kinderen kiezen zelf en werken groepsdoorbroken, waardoor ze ook eens samenwerken met kinderen uit andere klassen.

Vast onderdeel van de middag is Digiwijs. Daarin gaan kinderen aan de slag met digitale geletterdheid: van programmeren en handig informatie zoeken tot het gesprek over wat je online wel en niet deelt. Zo krijgt technologie bij ons een bewuste plek, als talent en vaardigheid waar je gericht aan werkt. Soms is dit een hele bewuste les en soms zit het verweven in een ander talent, zoals bij interieurstyling. Hier ging de kern over styling maar het doel werd behaald door gebruik te maken van Pinterest. Hoe maak je digitaal een moodboard? 

Ik mag deze middag leiden, ik regel de organisatie, stem af met collega's en ouders die een workshop geven en zorg dat alles op rolletjes loopt. Iedere leerkracht maakt een flyer waar kinderen zich dan op kunnen intekenen, zie hieronder twee eerder genoemde workshops.

Cursief is behaald
Onderstreept is in ontwikkeling


Digitale basisvaardigheden

  • De student toont aan over algemene kennis en vaardigheden van ICT te beschikken t.b.v. leren en lesgeven a.d.h.v. de ‘HG Indicatoren’ en eigen bewijsmateriaal.(hardware, office-software, bestandsbeheer, ELO, Digibord en digibordsoftware, LVS, Educatieve software en -apps, internettoepassingen, social media, Filmbewerkingsoftware etc)
  • De student toont aan dat hij foto’s, video’s en audio digitaal kan maken, bewerken/converteren/monteren, publiceren en delen.
  • De student toont aan dat hij een interactieve presentatie kan ondersteunen door gebruik te maken van software en hardware (waaronder digibord en digibordsoftware en interactie met devices als smartphone en tablet)
  • De student toont aan dat hij veilig gebruik maakt van wachtwoorden en toegang tot online omgevingen en verantwoord omgaat met data.

 

Informatievaardigheden:

  • De student toont aan dat hij adequaat gebruik kan maken van zoekmachines en databases om zo digitaal (leer-) materiaal te ontsluiten.
  • De student toont aan dat hij sites kan beoordelen op betrouwbaarheid en authenticiteit en dat hij het belang hiervan kan overbrengen op zijn leerlingen
  • De student toont aan dat hij verantwoord kan omgaan met andermans (digitale) producten en op de hoogte is van de regels met betrekking tot plagiaat en plagiaatpreventie

 

Mediawijsheid

  • De student toont aan dat hij creatief, kritisch en bewust kan omgaan met actuele media.
  • De student toont aan inzicht te hebben in de manier waarop de digitale wereld invloed heeft op de opvoeding van jongeren en de student is bekend met de geldende protocollen van online pestgedrag
  • De student toont aan dat hij op de hoogte is van mediavaardigheden die nodig zijn in een gemedialiseerde samenleving.

 

Computational thinking

  • De student toont aan dat hij computational thinking kan duiden (in betekenis, nut en noodzaak voor zichzelf en voor leerlingen).
  • De student toont aan dat hij computational thinking kan relateren aan zijn manier van probleem oplossen.
  • De student toont aan dat hij de instrumentele vaardigheden heeft, zoals het zelf kunnen aansturen van computers en computer- gestuurde apparaten zodat een computer kan helpen bij het vinden van oplossingen en programmeren van toepassingen.

 

Digitale Didactiek
Arrangeren en ontwerpen van digitaal leermateriaal

  • De student toont aan dat hij digitale (multimediale) content ontwikkelt en combineert, rekening houdend met de multimediatheorie van Mayer.
  • De student ontwerpt een multimediale, interactieve en gedifferentieerde digitale les m.b.v. digibord, digibordsoftware en devices op basis van de ontwerpeisen (waaronder TPACK).
  • De student ontwerpt een ICT-rijke/ blended leeromgeving rekening houdend met de verschillen tussen leerlingen.

 

Doceren met digitale middelen (kennisoverdracht)

  • De student toont aan dat hij verantwoord en effectief gebruik maakt van digitale middelen bij het activeren van voorkennis, het geven van (online) instructie en het gestructureerd laten oefenen.
  • De student toont aan dat hij digitale middelen kan combineren met effectieve didactische strategieën ter bevordering van de interactie in het leerproces.
  • De student toont aan dat hij digitale middelen kan inzetten om tegemoet te komen aan de verschillen tussen leerlingen.

 

Laten leren met digitale middelen(kennisconstructie)

  • De student toont aan dat hij leerlingen (ICT- geletterdheid ) laat leren met digitale middelen.
  • De student toont aan dat hij het leren leren van zijn leerlingen ondersteunt en bevordert met behulp van digitale middelen en concepten als coöperatief leren, onderzoekend en ontwerpend leren, mindmappen / brainstormen, zelfstandig leren met ICT.
  • De student toont aan dat hij de synchrone- en asynchrone samenwerking en communicatie tussen leerlingen en docent op een gepaste manier faciliteert door gebruik te maken van digitale middelen (o.a. ELO, Social media)

 

Toetsen /evalueren met digitale middelen

  • De student toont aan digitale feedback te kunnen geven ter bevordering van de ontwikkeling van leerlingen.
  • De student toont aan dat hij het leerproces van leerlingen zichtbaar kan maken en kan volgen door middel van diverse vormen van digitale toetsing en evaluatie(waaronder digitale summatieve toetsing die transparant is op validiteit en betrouwbaarheid).
  • De student toont aan dat hij data uit verschillende bronnen (LVS, toetsgegevens) alsmede zelf verzamelde data kan analyseren en gebruiken om de beginsituatie en ontwikkelingsbehoeften van leerlingen in kaart te brengen en vervolgstappen te bepalen.

 

Professionele ontwikkeling

  •  De student ontwikkelt een visie op ICT en onderwijs (a.d.h.v. het Vier in balans-model)
  • De student doet onderzoek naar en experimenteert met minimaal 3 (voor TOP) of 5 (voor VT) innovatieve ontwikkelingen op het gebied van ICT en didactiek en deelt zijn bevindingen op netwerken/social media
  • De student toont aan dat hij samenwerkt met collega’s, werkveld en leerlingen op het gebied van ICT en didactiek

Maak jouw eigen website met JouwWeb